Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to wield
01
uitoefenen, bezitten
to have a lot of power, influence, etc. and be able to use it
Transitive: to wield power or influence
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
wield
3e persoon enkelvoud
wields
onvoltooid deelwoord
wielding
onvoltooid verleden tijd
wielded
voltooid deelwoord
wielded
Voorbeelden
As the CEO, she wields significant influence over the company's strategic decisions.
Als CEO oefent ze aanzienlijke invloed uit op de strategische beslissingen van het bedrijf.
02
hanteren, gebruiken
to handle something such as a tool or weapon in an effective way
Transitive: to wield a tool
Voorbeelden
The skilled blacksmith could deftly wield the hammer, shaping the red-hot metal into intricate designs.
De bekwame smid kon de hamer behendig hanteren, het gloeiende metaal vormend in ingewikkelde ontwerpen.
Lexicale Boom
wieldy
wield



























