Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to ward off
01
afweren, vermijden
to repel or avoid an attack or undesirable situation
Transitive: to ward off an attack or undesirable element
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
off
basiswerkwoord
ward
tegenwoordige tijd
ward off
3e persoon enkelvoud
wards off
onvoltooid deelwoord
warding off
onvoltooid verleden tijd
warded off
voltooid deelwoord
warded off
Voorbeelden
He wore garlic around his neck to ward off evil spirits.
Hij droeg knoflook om zijn nek om boze geesten af te weren.
02
afweren, voorkomen
to prevent or defend against something
Transitive: to ward off a risk
Voorbeelden
Taking precautions can help ward off potential accidents in the workplace.
Het nemen van voorzorgsmaatregelen kan helpen om potentiële ongevallen op de werkplek af te weren.



























