Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Blessing
01
zegen, goedkeuring
the formal act of approving or granting permission
Voorbeelden
The king's blessing was required before the new law could be passed.
De zegen van de koning was vereist voordat de nieuwe wet kon worden aangenomen.
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
blessings
Voorbeelden
The priest offered a heartfelt blessing for peace and prosperity in the community.
De priester bood een oprechte zegening aan voor vrede en voorspoed in de gemeenschap.
03
zegen, dankgebed
a short prayer of thanks said before a meal
Voorbeelden
We said a quick blessing before eating our dinner.
We zeiden een snelle zegening voordat we ons avondeten aten.
04
zegen, genade
a desirable state or condition, often of good fortune or happiness
Voorbeelden
Having good health is a true blessing.
Een goede gezondheid hebben is een ware zegen.



























