to unfasten
Pronunciation
/ʌnfˈæsən/

Definitie en betekenis van "unfasten"in het Engels

to unfasten
01

losmaken, ontknopen

to undo or untie; to make something become loose or open
Transitive
to unfasten definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
unfasten
3e persoon enkelvoud
unfastens
onvoltooid deelwoord
unfastening
onvoltooid verleden tijd
unfastened
voltooid deelwoord
unfastened
02

losmaken, losser maken

to become undone, untied or loose
Transitive
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store