Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
too
01
te, overmatig
more than is acceptable, suitable, or necessary
Voorbeelden
He was driving too fast down the highway.
Hij reed te snel over de snelweg.
02
ook, eveneens
used to show that a statement about one thing or person also applies to another
Voorbeelden
He passed the exam, and I did too.
Hij is geslaagd voor het examen, en ik ook.
Voorbeelden
She 's too kind to say no.
Ze is te aardig om nee te zeggen.
04
ook, eveneens
used to assert the opposite of a negative claim
Voorbeelden
" They did n't help. " — " They too did! "
« Ze hebben niet geholpen. » — « Ze hebben ook geholpen! »
4.1
ook, echt
used simply to intensify without a contrast or comparison
Voorbeelden
We danced and sang, and laughed too.
We dansten en zongen, en lachten ook.



























