Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to billow
01
zwellen, golven
to expand in a blowing or puffing motion as if by the action of wind or some force within
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
billow
3e persoon enkelvoud
billows
onvoltooid deelwoord
billowing
onvoltooid verleden tijd
billowed
voltooid deelwoord
billowed
Voorbeelden
The surfer watched the huge waves billow up ahead of him.
De surfer keek toe hoe de enorme golven zich opbollen voor hem.
02
opzwellen, uitzetten
to swell out by internal pressure, as with air or gas
Voorbeelden
Her full skirt billowed around her as she spun in circles.
Haar wijde rok bolde om haar heen terwijl ze ronddraaide.
03
zwellen, golven
to rise, roll, or surge like large ocean waves
Intransitive
Voorbeelden
Clouds billowed like a churning sea.
De wolken welden als een kolkende zee.
04
uitstromen, moeizaam vooruitgaan
to move or push forward with great difficulty, often in a mass
Intransitive
Voorbeelden
Smoke billowed sluggishly against the strong wind.
De rook welde traag op tegen de sterke wind.
Billow
01
golf, deining
a large rolling wave, especially at sea
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
billows
Voorbeelden
The surfer rode the billow to the beach.
De surfer reed de deining naar het strand.
Lexicale Boom
billowing
billow



























