teeter
Pronunciation
/ˈtitɝ/

Definitie en betekenis van "teeter"in het Engels

01

wip, schommelplank

a plaything consisting of a board balanced on a fulcrum; the board is ridden up and down by children at either end
teeter definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
teeters
to teeter
01

wankelen, zwabberen

to stand or move in an unsteady or unstable manner, as if about to lose balance or topple over
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
teeter
3e persoon enkelvoud
teeters
onvoltooid deelwoord
teetering
onvoltooid verleden tijd
teetered
voltooid deelwoord
teetered
Voorbeelden
She was teetering on one leg when she lost her balance.
Ze wankelde op één been toen ze haar evenwicht verloor.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store