Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to team up
01
samenwerken, een team vormen
to join or collaborate with others as a team to work towards a shared purpose
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
team
tegenwoordige tijd
team up
3e persoon enkelvoud
teams up
onvoltooid deelwoord
teaming up
onvoltooid verleden tijd
teamed up
voltooid deelwoord
teamed up
Voorbeelden
The students teamed up on the group project to finish it faster.
De leerlingen hebben samengewerkt aan het groepsproject om het sneller af te ronden.



























