surcharge
sur
ˈsɜ:
charge
ʧɑ:ʤ
chaaj
supercharge

Definitie en betekenis van "surcharge"in het Engels

01

toeslag, boete

an additional charge (as for items previously omitted or as a penalty for failure to exercise common caution or common skill) 
surcharge definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
surcharges
to surcharge
01

boeken, op de rekening zetten

show an omission in (an account) for which credit ought to have been given 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
surcharge
3e persoon enkelvoud
surcharges
onvoltooid deelwoord
surcharging
onvoltooid verleden tijd
surcharged
voltooid deelwoord
surcharged
02

overbelasten, overbelasten

fill to an excessive degree 
03

overbelasten, te zwaar belasten

place too much a load on 
04

overdrukken, bij drukken

print a new denomination on a stamp or a banknote 
05

propvol maken, overvol proppen

fill to capacity with people 
06

bedriegen, oplichten

rip off; ask an unreasonable price 
07

een toeslag berekenen, een extra vergoeding in rekening brengen

charge an extra fee, as for a special service 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store