Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
struikelen, hakkelen
Ze struikelde over de ongelijke stoep en viel bijna met haar gezicht naar voren.
struikelen, wankelen
Nadat ze haar enkel had verstuikt, wankelde ze langs het pad, in een poging de dichtstbijzijnde bank te bereiken.
toevallig tegenkomen, onverwacht ontdekken
Tijdens mijn reizen liep ik tegen een pittoresk klein boekenwinkeltje aan met zeldzame edities.
struikelen, stotteren
De nerveuze spreker had de neiging te struikelen wanneer er onverwachte vragen werden gesteld tijdens het interview.
struikeling, misstap
Hij maakte een struikeling op de ijzige stoep.
misstap, blunder
Hij maakte een misstap in zijn toespraak en stopte onhandig.
tegenslag, mislukking
Het bedrijf kreeg te maken met een tegenslag vanwege marktdalingen.
Lexicale Boom



























