to besmirch
bes
ˈbɪs
bis
mirch
mɜ:ʧ
mēch

Definitie en betekenis van "besmirch"in het Engels

to besmirch
01

belasteren, bezoedelen

to talk badly of someone in order to ruin people's impression of them 
Transitive: to besmirch someone's reputation
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
besmirch
3e persoon enkelvoud
besmirches
onvoltooid deelwoord
besmirching
onvoltooid verleden tijd
besmirched
voltooid deelwoord
besmirched
Voorbeelden
The article was intended to besmirch the politician's reputation. 

Het artikel was bedoeld om de reputatie van de politicus te bezoedelen.

02

bezoedelen, besmeuren

to smear or soil something so that it looks unclean 
Transitive: to besmirch sth
Voorbeelden
His muddy boots besmirched the clean carpet. 

Zijn modderige laarzen bevlekten het schone tapijt.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store