Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
steen
Het oude kasteel was volledig gebouwd van steen, wat het een stevige en imposante uitstraling gaf.
steen, edelsteen
De juwelier zette een steen saffier in de ring.
steen, bouwsteen
De muren van de kathedraal waren gemaakt van massieve steenblokken.
steen, gesteente
Bergen bestaan grotendeels uit steen.
steen, rots
Zijn gezicht was een steen tijdens het verhoor.
pit, pit
Verwijder de pit voordat je de perzik eet.
steen, stone
Hij weegt 12 stone (een gewichtseenheid gelijk aan 14 pond of 6,35 kg, gebruikt voor het meten van lichaamsgewicht).
stenigen, doodgooien met stenen
In sommige oude samenlevingen werden individuen die schuldig werden bevonden aan ernstige misdaden gestenigd als een brute vorm van straf.
ontpitten, de pitten verwijderen
Ze ontpit de kersen voordat ze de taart maakt, wat zorgt voor een gladde textuur zonder pitten.
steengrijs, steenbeige
Hij koos steenkleurige gordijnen om bij de inrichting van de kamer te passen.
Lexicale Boom



























