Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to snick
01
precies snijden, een precieze snee maken
to make a slight and precise cut, typically with a razor or a sharp tool
Transitive: to snick sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
snick
3e persoon enkelvoud
snicks
onvoltooid deelwoord
snicking
onvoltooid verleden tijd
snicked
voltooid deelwoord
snicked
Voorbeelden
The barber snicked the edges of the client's hair for a clean and polished look.
De kapper knipte voorzichtig de randen van het haar van de klant voor een schone en gepolijste look.
02
licht aanraken, zachtjes raken
to make a slight, often barely audible, contact between the cricket ball and the edge of the batsman's bat
Transitive: to snick a cricket ball
Voorbeelden
The fielding team's excitement grew as the batsman continued to snick the ball.
De opwinding van het veldteam groeide terwijl de slagman de bal bleef rakelen.
01
kleine snee, kerf
a small cut
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
snicks
02
een schampend contact met de bal vanaf de rand van de cricketbat, een licht aanraken van de bal met de rand van de cricketbat
a glancing contact with the ball off the edge of the cricket bat



























