to snarl
Pronunciation
/ˈsnɑɹɫ/

Definitie en betekenis van "snarl"in het Engels

to snarl
01

grommen, de tanden ontbloten terwijl je gromt

to emit a deep, guttural growl accompanied by the display of teeth, as a sign of anger, like a dog or a wolf
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
snarl
3e persoon enkelvoud
snarls
onvoltooid deelwoord
snarling
onvoltooid verleden tijd
snarled
voltooid deelwoord
snarled
02

grommen, de tanden ontbloten terwijl je gromt

(of an animal such as a dog) to make a growling sound while showing teeth
03

verwarren, ingewikkeld maken

make more complicated or confused through entanglements
04

verwarren, verstrengelen

twist together or entwine into a confusing mass
05

grommen, mopperen

to speak in a low, rough, and angry voice
Voorbeelden
He snarled angrily at the driver who cut him off.
Hij gromde boos naar de bestuurder die hem afsneed.
01

grom, brul

(of an animal such as a dog) a growling sound with display of teeth
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
dier
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
snarls
02

grom, boze uitdrukking

an angry vicious expression
03

warboel, verwarring

something jumbled or confused
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store