Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to slip up
[phrase form: slip]
01
een fout maken, zich vergissen
to make a mistake
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
slip
tegenwoordige tijd
slip up
3e persoon enkelvoud
slips up
onvoltooid deelwoord
slipping up
onvoltooid verleden tijd
slipped up
voltooid deelwoord
slipped up
Voorbeelden
In the interview, he slipped up by providing incorrect information about his work experience.
Tijdens het interview maakte hij een fout door incorrecte informatie over zijn werkervaring te verstrekken.



























