shampoo
sham
ʃæm
shām
poo
ˈpu
poo
/ʃæmpˈuː/

Definitie en betekenis van "shampoo"in het Engels

01

shampoo

a liquid used to wash one's hair
shampoo definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
shampoos
Voorbeelden
He prefers using a gentle shampoo for his sensitive scalp.
Hij geeft de voorkeur aan een milde shampoo voor zijn gevoelige hoofdhuid.
02

shampoo, wassen met shampoo

the action of washing one's hair using shampoo
Voorbeelden
After a long day, a shampoo was just what she needed.
Na een lange dag was een shampoo precies wat ze nodig had.
03

shampoo, schoonmaakproduct

a cleaning product used on items such as carpet, car, etc.
Voorbeelden
She used a gentle car shampoo to wash her vehicle, preserving the paint and finish.
Ze gebruikte een zachte auto-shampoo om haar voertuig te wassen, waardoor de verf en afwerking behouden bleven.
to shampoo
01

shamponeren, wassen met shampoo

to wash something, like hair or carpets, using a special cleaning solution
Transitive: to shampoo hair or fabric
to shampoo definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
shampoo
3e persoon enkelvoud
shampoos
onvoltooid deelwoord
shampooing
onvoltooid verleden tijd
shampooed
voltooid deelwoord
shampooed
Voorbeelden
He shampoos his dog's fur to keep it clean and smelling good.
Hij shampoot de vacht van zijn hond om hem schoon en goed ruikend te houden.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store