Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to send out
[phrase form: send]
01
verzenden, verspreiden
to send something to a number of people or places
Transitive: to send out sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
out
basiswerkwoord
send
tegenwoordige tijd
send out
3e persoon enkelvoud
sends out
onvoltooid deelwoord
sending out
onvoltooid verleden tijd
sent out
voltooid deelwoord
sent out
Voorbeelden
The charity organization sent out relief packages to disaster-stricken areas.
De liefdadigheidsorganisatie verzond hulppakketten naar rampgebieden.
02
uitzenden, uitstralen
to emit something, such as light, sound, or a signal
Transitive: to send out a wave or signal
Voorbeelden
The emergency siren sent out a warning sound, alerting everyone in the area.
De nood sirene zond een waarschuwingsgeluid uit, dat iedereen in de omgeving alarmeerde.
03
uitzenden, produceren
(of a plant) to begin to grow new parts, such as roots or shoots
Transitive: to send out new offshoot
Voorbeelden
The plant sent out fragrant blossoms as it grew taller.
De plant zond geurige bloemen uit toen hij groter werd.



























