Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to send off
01
verzenden, overplaatsen
to transfer someone to a different location or destination
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
in
basiswerkwoord
send
tegenwoordige tijd
send off
3e persoon enkelvoud
sends off
onvoltooid deelwoord
sending off
onvoltooid verleden tijd
sent off
voltooid deelwoord
sent off
Voorbeelden
The manager sent off the employees to the new branch to set up the office.
De manager stuurde de werknemers naar de nieuwe vestiging om het kantoor in te richten.
02
uitzwaaien, afscheid nemen
to say goodbye and wish someone well as they depart
Voorbeelden
She sent her friend off at the train station with a warm hug and a promise to stay in touch.
Ze zwaaide haar vriend uit op het treinstation met een warme knuffel en een belofte om contact te houden.
03
verzenden, opsturen
to send a letter, document, or package to its intended destination using postal services
Voorbeelden
She sent the important contract off to the client via express mail.
Ze heeft het belangrijke contract per expresse naar de client verzonden.
04
uitsluiten, wegsturen
(of a referee in a sports competition) to order a player to no longer participate in the game due to a violation of the rules
Dialect
British
Voorbeelden
The referee sent the unruly player off the field after a dangerous foul.
De scheidsrechter stuurde de onhandelbare speler van het veld na een gevaarlijke overtreding.



























