Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to scarper
01
er vandoor gaan, snel vertrekken
to leave or run away hastily, often with the intention of avoiding trouble, responsibility, or capture
Intransitive: to scarper | to scarper from a place
Voorbeelden
The mischievous schoolboys scarpered when they spotted the teacher approaching.
De ondeugende schooljongens maken zich uit de voeten toen ze de leraar zagen naderen.



























