Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
scalps
Voorbeelden
He felt a tingling sensation on his scalp as the hairstylist applied the dye.
Hij voelde een tintelend gevoel op zijn hoofdhuid toen de kapper de verf aanbracht.
to scalp
01
scalperen, de hoofdhuid afstropen
to remove the scalp from a person or animal
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
scalp
3e persoon enkelvoud
scalps
onvoltooid deelwoord
scalping
onvoltooid verleden tijd
scalped
voltooid deelwoord
scalped
Voorbeelden
The villain in the story vowed to scalp anyone who crossed him.
De schurk in het verhaal zwoer iedereen die hem tegenwerkte te scalperen.
02
doorverkopen, speculeren
to sell something unlawfully or at unauthorized prices, especially tickets
Voorbeelden
They were caught scalping train tickets on the street.
Ze werden betrapt op het doorverkopen van treinkaartjes op straat.



























