to accuse
a
ə
ē
ccuse
ˈkju:z
kyooz
accurse

Definitie en betekenis van "accuse"in het Engels

to accuse
01

beschuldigen, aanklagen

to say that a person or group has done something wrong 
Transitive: to accuse sb | to accuse sb of sth
to accuse definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
accuse
3e persoon enkelvoud
accuses
onvoltooid deelwoord
accusing
onvoltooid verleden tijd
accused
voltooid deelwoord
accused
Voorbeelden
He was falsely accused of cheating on the exam and faced serious consequences. 

Hij werd ten onrechte beschuldigd van spieken tijdens het examen en kreeg te maken met serieuze gevolgen.

02

beschuldigen

to formally say that someone has done something wrong or illegal, often involving making specific charges against them 
Transitive: to accuse sb of an offense
to accuse definition and meaning
Voorbeelden
The prosecutor will accuse the defendant of embezzlement during the trial. 

De aanklager zal de verdachte tijdens het proces van verduistering beschuldigen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store