to reschedule
re
ri:
ri
sche
ˈʃɛ
she
dule
dju:l
dyool
schedule

Definitie en betekenis van "reschedule"in het Engels

to reschedule
01

herscheden, uitstellen

to arrange a new time or date for something that was previously set 
Transitive: to reschedule an event or activity
to reschedule definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
reschedule
3e persoon enkelvoud
reschedules
onvoltooid deelwoord
rescheduling
onvoltooid verleden tijd
rescheduled
voltooid deelwoord
rescheduled
Voorbeelden
She had to reschedule her appointment due to a conflict. 

Ze moest haar afspraak verplaatsen vanwege een conflict.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store