Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
rambling
01
onsamenhangend, ongeordend
(of writing or speech) lengthy, disorganized, or straying from the main point
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
onvoltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
overtreffende trap
most rambling
vergrotende trap
more rambling
gradueerbaar
Voorbeelden
His rambling speech confused the audience.
Zijn wijdlopige toespraak verwarde het publiek.
02
ongeordend, verspreid
(of a building or structure) irregularly built or spread out in an unplanned, sprawling manner
Voorbeelden
They lived in a rambling old farmhouse.
Ze woonden in een oude ongeordende boerderij.
03
zwervend, dolend
moving from place to place without a fixed route or purpose
Voorbeelden
They spent the summer on a rambling journey through Europe.
Ze brachten de zomer door op een zwervende reis door Europa.
04
kronkelend, bochtig
(of a path or road) winding without a straight course
Voorbeelden
We followed a rambling trail through the woods.
We volgden een kronkelende route door het bos.
Rambling
01
wandeling, trektocht
the activity of walking across the countryside for fun
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
Voorbeelden
They enjoyed the freedom of rambling through the meadows and forests, breathing in the fresh air and soaking in the beauty of nature.
Ze genoten van de vrijheid om door de weilanden en bossen te dwalen, frisse lucht in te ademen en de schoonheid van de natuur in zich op te nemen.



























