Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to push on
[phrase form: push]
01
volhouden, doorgaan
to persistently continue doing something or move forward
Intransitive
Transitive: to push on a task
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
on
basiswerkwoord
push
tegenwoordige tijd
push on
3e persoon enkelvoud
pushes on
onvoltooid deelwoord
pushing on
onvoltooid verleden tijd
pushed on
voltooid deelwoord
pushed on
Voorbeelden
When others doubted the feasibility of the idea, the innovator pushed on, eventually proving them wrong.
Toen anderen twijfelden aan de haalbaarheid van het idee, ging de innovator door en bewees uiteindelijk dat ze ongelijk hadden.
02
verder reizen, doorgaan
to resume traveling, especially after a pause or rest
Intransitive
Transitive: to push on a journey
Voorbeelden
Tired from the long drive, they took a short nap at a rest stop and then pushed on to their destination.
Vermoeid van de lange rit, deden ze een kort dutje bij een rustplaats en gingen vervolgens verder naar hun bestemming.



























