to prophesy
pro
ˈprɒ
pro
phe
fi
sy
ˌsaɪ
sai
prophecy

Definitie en betekenis van "prophesy"in het Engels

to prophesy
01

profeteren, voorspellen

to predict or declare future events, often with a sense of divine inspiration or insight 
Intransitive
Transitive: to prophesy future events
to prophesy definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
prophesy
3e persoon enkelvoud
prophesies
onvoltooid deelwoord
prophesying
onvoltooid verleden tijd
prophesied
voltooid deelwoord
prophesied
Voorbeelden
The ancient prophet was known to prophesy upcoming events and deliver divine messages. 

De oude profeet stond bekend om het profeteren van toekomstige gebeurtenissen en het overbrengen van goddelijke boodschappen.

02

profeteren, voorspellen

to provide direction, teachings, or wisdom on issues of faith and living according to divine principles 
Intransitive
Voorbeelden
The priest prophesied about the importance of compassion and kindness in our daily lives. 

De priester profeteerde over het belang van mededogen en vriendelijkheid in ons dagelijks leven.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store