Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to prophesy
01
profeteren, voorspellen
to predict or declare future events, often with a sense of divine inspiration or insight
Intransitive
Transitive: to prophesy future events
Voorbeelden
The spiritual leader claimed to prophesy through visions and dreams.
De spirituele leider beweerde te kunnen profeteren door visioenen en dromen.
02
profeteren, voorspellen
to provide direction, teachings, or wisdom on issues of faith and living according to divine principles
Intransitive
Voorbeelden
She began to prophesy during the sermon, speaking of future blessings.
Ze begon te profeteren tijdens de preek, sprekend over toekomstige zegeningen.
Lexicale Boom
prophesier
prophet
prophesy



























