Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to prognosticate
01
voorspellen, prognosticeren
to predict something in advance
Transitive: to prognosticate a future event
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
prognosticate
3e persoon enkelvoud
prognosticates
onvoltooid deelwoord
prognosticating
onvoltooid verleden tijd
prognosticated
voltooid deelwoord
prognosticated
Voorbeelden
The ancient oracle was believed to prognosticate the fate of individuals.
Men geloofde dat het oude orakel het lot van individuen kon voorspellen.
02
voorspellen, prognosticeren
to foreshadow or signal something before it happens
Transitive: to prognosticate sth
Voorbeelden
The bird 's unusual behavior prognosticated a shift in weather patterns.
Het ongewone gedrag van de vogel voorspelde een verandering in weerpatronen.
Lexicale Boom
prognostication
prognosticative
prognosticator
prognosticate
prognostic



























