Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to prefer
01
verkiezen, liever hebben
to want or choose one person or thing instead of another because of liking them more
Transitive: to prefer sth | to prefer to do sth | to prefer doing sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
prefer
3e persoon enkelvoud
prefers
onvoltooid deelwoord
preferring
onvoltooid verleden tijd
preferred
voltooid deelwoord
preferred
Voorbeelden
She prefers the blue dress for the party because it's her favorite color.
Ze verkiest de blauwe jurk voor het feest omdat het haar favoriete kleur is.
02
verkiezen, liever hebben
select as an alternative over another
Voorbeelden
She prefers chocolate ice cream over vanilla because of its rich flavor.
Zij verkiest chocolade-ijs boven vanille vanwege de rijke smaak.
03
bevorderen, voorkeur geven
to give someone a higher rank or position
Transitive: to prefer sb
Voorbeelden
They prefer him to a senior role in the company.
Ze verkiezen hem voor een senior rol in het bedrijf.
04
voorkeur geven aan, bevoordelen
to choose to pay or prioritize one creditor over others
Transitive: to prefer a creditor
Voorbeelden
The company prefers its long-term creditors before others.
Het bedrijf geeft de voorkeur aan zijn langlopende schuldeisers boven anderen.
Lexicale Boom
preferable
preference
preferent
prefer



























