to predict
Pronunciation
/prɪˈdɪkt/

Definitie en betekenis van "predict"in het Engels

to predict
01

voorspellen, predicten

to say that something is going to happen before it actually takes place
Transitive: to predict a future event
to predict definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
predict
3e persoon enkelvoud
predicts
onvoltooid deelwoord
predicting
onvoltooid verleden tijd
predicted
voltooid deelwoord
predicted
Voorbeelden
He predicted the success of the business venture based on market analysis.
Hij voorspelde het succes van de zakelijke onderneming op basis van marktanalyse.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store