Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to bake
01
bakken, in de oven bakken
to cook food, usually in an oven, without any extra fat or liquid
Transitive: to bake food
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
bake
3e persoon enkelvoud
bakes
onvoltooid deelwoord
baking
onvoltooid verleden tijd
baked
voltooid deelwoord
baked
Voorbeelden
Bake the cookies at 350°F for 10-12 minutes until golden brown.
Bak de koekjes op 350°F gedurende 10-12 minuten tot ze goudbruin zijn.
02
bakken
(of food) to be cooked in an oven, with no extra liquid or fat
Intransitive
Voorbeelden
The cookies bake at 350°F for 10 minutes.
De koekjes bakken op 350°F gedurende 10 minuten.
03
bakken, drogen
to expose something to dry heat, often from the sun or another source
Transitive: to bake sth
Voorbeelden
The sun baked the clay until it became hard and dry.
De zon bakte de klei totdat hij hard en droog werd.
04
bakken, stoven
to become extremely hot due to prolonged exposure to the sun or intense heat
Intransitive
Voorbeelden
The city was baking under the summer sun, with temperatures reaching over 100°F.
De stad bakte onder de zomerzon, met temperaturen boven de 100°F.
Lexicale Boom
baked
baker
baking
bake



























