Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to play down
01
bagatelliseren, gering achten
to make something seem less important or serious than it actually is
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
down
basiswerkwoord
play
tegenwoordige tijd
play down
3e persoon enkelvoud
plays down
onvoltooid deelwoord
playing down
onvoltooid verleden tijd
played down
voltooid deelwoord
played down
Voorbeelden
He didn't want to overshadow others, so he played his awards down during the interview.
Hij wilde anderen niet overschaduwen, dus bagatelliseerde hij zijn awards tijdens het interview.



























