Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to pick off
01
afplukken, snel verwijderen
to quickly and sharply remove something
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
off
basiswerkwoord
pick
tegenwoordige tijd
pick off
3e persoon enkelvoud
picks off
onvoltooid deelwoord
picking off
onvoltooid verleden tijd
picked off
voltooid deelwoord
picked off
Voorbeelden
He picked the sticker off his new book.
Hij plukte de sticker van zijn nieuwe boek.
02
een voor een neerschieten, systematisch uitschakelen
to target and shoot individuals one after another
Voorbeelden
They picked the guards off before entering the building.
Ze schakelden de bewakers een voor een uit voordat ze het gebouw binnen gingen.
03
een voor een aanpakken, stapsgewijs afhandelen
to deal with challenges, tasks, or opponents one by one
Voorbeelden
Before the exam, he decided to pick off topics he found difficult.
Voor het examen besloot hij de onderwerpen die hij moeilijk vond één voor één aan te pakken.



























