Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to pick off
[phrase form: pick]
01
afplukken, snel verwijderen
to quickly and sharply remove something
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
off
basiswerkwoord
pick
tegenwoordige tijd
pick off
3e persoon enkelvoud
picks off
onvoltooid deelwoord
picking off
onvoltooid verleden tijd
picked off
voltooid deelwoord
picked off
Voorbeelden
I picked off the unwanted leaves from the plant.
Ik heb de ongewenste bladeren van de plant geplukt.
02
een voor een neerschieten, systematisch uitschakelen
to target and shoot individuals one after another
Voorbeelden
The hunter was able to pick off several ducks flying overhead.
De jager kon enkele eenden die overvlogen neerschieten.
03
een voor een aanpakken, stapsgewijs afhandelen
to deal with challenges, tasks, or opponents one by one
Voorbeelden
By prioritizing his assignments, he was able to pick them off one after another.
Door zijn opdrachten te prioriteren, kon hij ze een voor een afhandelen.



























