Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
passable
01
begaanbaar, berijdbaar
of a road or path that is clear and safe to travel on
Voorbeelden
He ensured the trail was passable for hikers.
Hij zorgde ervoor dat het pad begaanbaar was voor wandelaars.
Voorbeelden
His performance was passable, but he could have done better.
Zijn optreden was acceptabel, maar hij had beter kunnen doen.
Lexicale Boom
impassable
passably
unpassable
passable
pass



























