Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
feest, partij
an event where people get together and enjoy themselves by talking, dancing, eating, drinking, etc.
Voorbeelden
She 's planning a surprise party for her mom's 60th birthday.
Ze plant een verrassingsfeestje voor de 60ste verjaardag van haar moeder.
02
partij, politieke partij
an official political group with shared beliefs, goals, and policies aiming to be a part of or form a government
Voorbeelden
After winning a majority in the legislature, the party introduced sweeping reforms to address pressing societal issues.
Na het winnen van een meerderheid in de wetgevende macht, heeft de partij ingrijpende hervormingen geïntroduceerd om dringende maatschappelijke kwesties aan te pakken.
Voorbeelden
We attended a birthday party at a friend's house last weekend.
Wij hebben afgelopen weekend een verjaardagsfeestje bij een vriend thuis bijgewoond.
04
partij, betrokken partij
one of the sides in a legal agreement or dispute
05
feest, partij
a group of people who are involved in an activity together for entertainment
to party
01
feesten
to celebrate or engage in lively and festive social activities, often with a group of people
Intransitive
Voorbeelden
People often party on New Year's Eve to welcome the upcoming year with joy.
Mensen houden vaak een feestje op oudejaarsavond om het komende jaar met vreugde te verwelkomen.



























