Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to overwhelm
01
overweldigen, overstelpen
to overpower someone or something emotionally or mentally, leaving them unable to respond effectively
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
overwhelm
3e persoon enkelvoud
overwhelms
onvoltooid deelwoord
overwhelming
onvoltooid verleden tijd
overwhelmed
voltooid deelwoord
overwhelmed
Voorbeelden
The news of her promotion overwhelmed her with joy.
Het nieuws van haar promotie overweldigde haar met vreugde.
02
overweldigen, overbelasten
to burden someone with more work, responsibilities, or demands than they can manage
Voorbeelden
The manager overwhelmed her team with tasks.
De manager overweldigde zijn team met taken.
03
overweldigen, vernietigen
to defeat or overpower by superior physical or strategic force
Voorbeelden
The army overwhelmed the enemy troops.
Het leger overweldigde de vijandelijke troepen.
04
overstromen, overweldigen
to completely cover or submerge something so that it becomes hard to perceive or manage
Voorbeelden
Rising floodwaters can overwhelm the streets.
Stijgende overstromingswateren kunnen de straten overweldigen.
Lexicale Boom
overwhelmed
overwhelming
overwhelm
whelm



























