Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to overtake
01
inhalen, voorbijgaan
to catch up to and pass by something or someone that is moving in the same direction
Dialect
British
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
overtake
3e persoon enkelvoud
overtakes
onvoltooid deelwoord
overtaking
onvoltooid verleden tijd
overtook
voltooid deelwoord
overtaken
Voorbeelden
We had to slow down as a truck overtook us on the narrow road.
We moesten vertragen toen een vrachtwagen ons op de smalle weg inhaalde.
02
overvallen, overspoelen
to affect suddenly and often negatively
Voorbeelden
The floodwaters overtook the small town, submerging homes and streets.
Het overstromingswater overspoelde het kleine stadje, waardoor huizen en straten onder water kwamen te staan.
03
overvallen, overmeesteren
(of a feeling) to greatly and suddenly influence someone
Voorbeelden
Anxiety overtook him as the exam approached, making it difficult to concentrate.
Angst overviel hem toen het examen naderde, wat het moeilijk maakte om zich te concentreren.
Lexicale Boom
overtake
take



























