authority
au
ə
ē
tho
ˈθɔ
thaw
ri
ty
ti
ti
/ɐθˈɒɹɪtˌi/

Definitie en betekenis van "authority"in het Engels

01

gezag, macht

the right or power to give orders to people
authority definition and meaning
Voorbeelden
The committee was given the authority to make final decisions on budget allocations.
De commissie kreeg de bevoegdheid om definitieve beslissingen te nemen over budgettoewijzingen.
02

autoriteit, gezag

a person or group that exercises administrative or controlling power over others
Voorbeelden
The school authorities decided on the curriculum.
De schoolautoriteiten beslisten over het curriculum.
03

autoriteit, expert

an expert whose opinion or knowledge is regarded as highly credible
Voorbeelden
He consulted an authority on ancient languages.
Hij raadpleegde een autoriteit op het gebied van oude talen.
04

zelfverzekerdheid, gezag

confidence and self-assurance
Voorbeelden
He answered the questions with authority and clarity.
Hij beantwoordde de vragen met gezag en helderheid.
05

toestemming, machtiging

official permission, sanction, or approval
Voorbeelden
They acted under the authority of the mayor.
Ze handelden onder het gezag van de burgemeester.
06

autoriteit, administratie

an organization, agency, or administrative unit of government responsible for specific functions
Voorbeelden
The airport authority oversees flight operations.
De luchthavenautoriteit houdt toezicht op de vluchtoperaties.
07

autoriteit, referentie

an authoritative text, document, or reference that serves as a standard or model
Voorbeelden
The textbook serves as an authority for students.
Het leerboek dient als autoriteit voor studenten.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store