Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
orange
Orange
Voorbeelden
The market had ripe oranges with bright orange peels.
De markt had rijpe sinaasappels met feloranje schillen.
02
oranje
a bright color between red and yellow, resembling the hue of ripe citrus fruits
Voorbeelden
His tie was a vibrant orange, standing out against his dark suit.
Zijn stropdas was een fel oranje, dat afstak tegen zijn donkere pak.
03
sinaasappelboom, de sinaasappel
a tree that produces the sweet, round citrus fruit known for its vibrant color and juicy flavor
Voorbeelden
The farmer carefully tended to his orange to ensure a good harvest.
De boer verzorgde zijn sinaasappelboom zorgvuldig om een goede oogst te verzekeren.
04
een sinaasappeldrank, een sinaasappelsap
a drink made from or flavored with oranges, often referring to orange juice or soda
Voorbeelden
She ordered an orange at the café to quench her thirst.
Ze bestelde een sinaasappel in het café om haar dorst te lessen.
05
oranje, oranje vlinder
a butterfly with orange wings, often referring to certain species known for their vivid orange coloring, such as the monarch
Voorbeelden
The nature reserve is home to a variety of oranges, attracting many visitors.
Het natuurreservaat is de thuisbasis van een verscheidenheid aan sinaasappels, wat veel bezoekers aantrekt.
Lexicale Boom
orangeness
orange



























