Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to obsess
01
geobsedeerd zijn, geobsedeerd zijn door
to think about something or someone all the time, in a way that makes one unable to think about other things
Intransitive: to obsess about sth | to obsess over sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
obsess
3e persoon enkelvoud
obsesses
onvoltooid deelwoord
obsessing
onvoltooid verleden tijd
obsessed
voltooid deelwoord
obsessed
Voorbeelden
Ever since the breakup, she has been obsessing over what went wrong.
Sinds de break-up is ze geobsedeerd door wat er mis is gegaan.
02
obsederen, kwellen
to fill someone’s mind constantly, often in a way that feels overwhelming or uncontrollable
Transitive: to obsess a person or their thoughts
Voorbeelden
She was so obsessed with her grades that she forgot to enjoy her school experience.
Ze was zo geobsedeerd door haar cijfers dat ze vergat te genieten van haar schoolervaring.
Lexicale Boom
obsessed
obsession
obsessive
obsess



























