Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
neatest
vergrotende trap
neater
gradueerbaar
Voorbeelden
She kept her desk neat and organized, with everything in its proper place.
Ze hield haar bureau netjes en georganiseerd, met alles op zijn plaats.
02
geweldig, indrukwekkend
excellent, impressive, or highly enjoyable
Voorbeelden
That was a neat trick, you should teach me how to do it.
Dat was een geweldige truc, je zou me moeten leren hoe het moet.
Voorbeelden
He enjoys his scotch neat, with no added water or ice.
Hij geniet van zijn scotch puur, zonder toegevoegd water of ijs.
04
vaardig, precies
skillful and free from awkwardness or clumsiness
Voorbeelden
He performed the trick with neat precision.
Hij voerde de truc uit met nette precisie.
05
zorgvuldig, precies
done with care, precision, and attention to detail
Voorbeelden
She wrote a neat report with careful formatting.
Ze schreef een net rapport met zorgvuldige opmaak.
neat
01
Netjes, Gaaf
used to express approval, satisfaction, or admiration for something perceived as orderly or impressive
Voorbeelden
Neat, that's some great graphic design!
Netjes, dat is een geweldig grafisch ontwerp!
Lexicale Boom
neatly
neatness
neat



























