Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to morph
01
transformeren, morphen
to cause an object or image to change its shape smoothly and seamlessly
Transitive: to morph an image
Voorbeelden
The animator used advanced techniques to morph the character's facial expressions, conveying a range of emotions.
De animator gebruikte geavanceerde technieken om de gezichtsuitdrukkingen van het personage te morphen, waardoor een scala aan emoties werd overgebracht.
02
transformeren, metamorfoseren
to undergo a gradual or noticeable change in form, shape, or appearance
Intransitive: to morph | to morph into sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
morph
3e persoon enkelvoud
morphs
onvoltooid deelwoord
morphing
onvoltooid verleden tijd
morphed
voltooid deelwoord
morphed
Voorbeelden
The caterpillar morphed into a beautiful butterfly after weeks of transformation inside the cocoon.
De rups veranderde in een prachtige vlinder na weken van transformatie in de cocon.
01
morfeem, morph
the smallest unit of a word's sound or written form that conveys a distinct grammatical or lexical meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
morphs
Voorbeelden
The plural suffix -s is a morph indicating more than one.
Het meervoudsachtervoegsel -s is een morfeem dat meer dan één aangeeft.



























