Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Manager
01
manager, beheerder
someone who is in charge of running a business or managing part or all of a company or organization
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
managers
Voorbeelden
As the manager, she conducts weekly meetings with her team.
Als manager houdt ze wekelijkse vergaderingen met haar team.
02
trainer, manager
(in sports) a person responsible for directing, training, and organizing a team
Voorbeelden
The manager decided the lineup for the championship game.
De manager besliste de opstelling voor de kampioenswedstrijd.
03
manager, beheerder
someone whose job is to take care of the business affairs of an actor, musician, sports player, etc.
Voorbeelden
The manager arranged a meeting between the actor and the director for the upcoming film.
De manager regelde een ontmoeting tussen de acteur en de regisseur voor de aanstaande film.
Lexicale Boom
managership
manager
manage



























