Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to look at
01
kijken naar, observeren
to focus one's attention on something or someone in order to observe or examine them
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
at
basiswerkwoord
look
tegenwoordige tijd
look at
3e persoon enkelvoud
looks at
onvoltooid deelwoord
looking at
onvoltooid verleden tijd
looked at
voltooid deelwoord
looked at
Voorbeelden
They need to stop looking at each other.
Ze moeten ophouden elkaar aan te kijken.
02
beschouwen, evalueren
to consider or evaluate something from a particular perspective or point of view
Voorbeelden
I need to look at the situation from your point of view to fully understand your perspective.
Ik moet de situatie vanuit jouw perspectief bekijken om je perspectief volledig te begrijpen.



























