Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
kennis, begrip
the scope of what someone is aware of or is capable of grasping
Voorbeelden
His ken of medieval history is truly impressive.
Zijn ken van de middeleeuwse geschiedenis is echt indrukwekkend.
02
gezichtsveld, zichtafstand
the distance that can be seen by someone
Voorbeelden
The bird flew out of ken, vanishing into the clouds.
De vogel vloog buiten ken en verdween in de wolken.
to ken
01
(Scottish) to know, be aware of, or understand
Voorbeelden
She kens everyone in the village.



























