Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to jazz up
[phrase form: jazz]
01
oppeppen, opvrolijken
to make something more interesting, exciting, or lively by adding enhancements or creative elements
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
jazz
tegenwoordige tijd
jazz up
3e persoon enkelvoud
jazzes up
onvoltooid deelwoord
jazzing up
onvoltooid verleden tijd
jazzed up
voltooid deelwoord
jazzed up
Voorbeelden
She wanted to jazz up her wardrobe with some trendy accessories.
Ze wilde haar garderobe opvrolijken met enkele trendy accessoires.
02
moderniseren, een eigentijdse draai geven
to modify a piece of music to give it a more modern or popular music style
Voorbeelden
The artist managed to jazz up the old melodies and create a new and appealing sound.
De artiest slaagde erin de oude melodieën op te vrolijken en een nieuw en aantrekkelijk geluid te creëren.



























