Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
japanese
01
Japans
relating to the country, people, culture, or language of Japan
Voorbeelden
He traveled to Japan to experience Japanese architecture and traditions.
Hij reisde naar Japan om de Japanse architectuur en tradities te ervaren.
Japanese
Voorbeelden
Learning Japanese requires a good understanding of Kanji, Hiragana, and Katakana.
Het leren van Japans vereist een goed begrip van Kanji, Hiragana en Katakana.
02
Japanner, Japanse
someone who is from Japan or their family came from Japan



























