ausgrenzen
Pronunciation
/ˈaʊsɡrˌɛntsən/

Definitie en betekenis van "ausgrenzen"in het Duits

ausgrenzen
[past form: grenzte aus]
01

uitsluiten, marginaliseren

Jemanden bewusst aus einer Gruppe oder Gemeinschaft ausschließen, oft durch Diskriminierung oder Mobbing
ausgrenzen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
aus
basiswerkwoord
grenzen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
grenze aus
3e persoon enkelvoud
grenzt aus
onvoltooid deelwoord
ausgrenzend
onvoltooid verleden tijd
grenzte aus
voltooid deelwoord
ausgegrenzt
Voorbeelden
Migrantenkinder werden oft im Schulalltag ausgegrenzt.
Migrantenkinderen worden vaak uitgesloten in het dagelijks schoolleven.
02

uitsluiten, elimineren

Etwas absichtlich nicht berücksichtigen oder aus einer Analyse oder Untersuchung entfernen
ausgrenzen definition and meaning
Voorbeelden
Sie grenzte persönliche Meinungen aus ihrer wissenschaftlichen Arbeit aus.
Ze sloot persoonlijke meningen uit haar wetenschappelijk werk uit.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store