ausgrenzen
ausgrenzen
aʊ̯sgʁɛnt͡sn
awsgrentsn

Definitie en betekenis van "ausgrenzen"in het Duits

ausgrenzen
01

uitsluiten, marginaliseren

Jemanden bewusst aus einer Gruppe oder Gemeinschaft ausschließen, oft durch Diskriminierung oder Mobbing 
ausgrenzen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
aus
basiswerkwoord
grenzen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
grenze aus
3e persoon enkelvoud
grenzt aus
onvoltooid deelwoord
ausgrenzend
onvoltooid verleden tijd
grenzte aus
voltooid deelwoord
ausgegrenzt
Voorbeelden
Er grenzt diejenigen aus, denen er angeblich helfen will. 

Hij sluit uit degenen die hij zogenaamd wil helpen.

02

uitsluiten, elimineren

Etwas absichtlich nicht berücksichtigen oder aus einer Analyse oder Untersuchung entfernen 
ausgrenzen definition and meaning
Voorbeelden
Die Studie grenzte Daten aus Kriegszeiten aus, um die Ergebnisse nicht zu verfälschen. 

De studie sloot gegevens uit oorlogstijden uit om de resultaten niet te vertekenen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store