überhören
überhören
y:bɐhø:ʁən
ybheurēn
überholenüberhöhen

Definitie en betekenis van "überhören"in het Duits

überhören
01

niet horen, negeren

Etwas nicht hören, obwohl es gesagt oder gespielt wurde 
überhören definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
über
basiswerkwoord
hören
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
überhöre
3e persoon enkelvoud
überhört
onvoltooid deelwoord
überhörend
onvoltooid verleden tijd
überhörte
voltooid deelwoord
überhört
Voorbeelden
Ich habe deine Frage überhört. 

Ik heb je vraag overgehoord.

02

negeren, doen alsof je het niet hoort

Etwas bewusst nicht beachten oder darauf reagieren, obwohl man es hört 
überhören definition and meaning
Voorbeelden
Er überhörte die Beleidigung höflich. 

Hij negeerde de belediging beleefd.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store