überholen
Pronunciation
/ˌyːbɐˈhoːlən/

Definitie en betekenis van "überholen"in het Duits

überholen
01

inhalen, voorbijrijden

Ein Fahrzeug an einem anderen vorbeifahren und schneller sein
überholen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
über
basiswerkwoord
holen
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
überhole
3e persoon enkelvoud
überholt
onvoltooid deelwoord
überholend
onvoltooid verleden tijd
überholte
voltooid deelwoord
überholt,
Voorbeelden
Ich konnte den Bus nicht rechtzeitig überholen.
Ik kon de bus niet op tijd inhalen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store